Stadse Moeders

Angst

Ik ging met de kinderen naar de speeltuin. Naar de Ruige Speelplek bij de hoek Willem de Zwijgerlaan en de Jan van Galenstraat om precies te zijn. Die gaat nog wel eens aan bod komen als buiten-spelen-tip. Het is kei-leuk daar, dan weten jullie dat alvast! Het is een grote speeltuin, met veel verschillende speeltoestellen die verspreid liggen over een heuvelachtig terrein. Waar je jezelf als ouder ook neerzet, er is geen enkele plek waar je de hele speelplaats kunt overzien. Mijn dochters blijven even op dezelfde plek spelen, maar op een gegeven moment rennen ze er natuurlijk allebei vandoor. In verschillende richtingen. Je kunt daar als moeder achteraan sjokken om ze in de gaten te houden. (Hoewel twee kanten tegelijk op sjokken nog wel een uitdaging kan zijn…) Of je kunt dat niet doen.

Mijn dochters zijn 6 en 7 (bijna 8, mam!) en ze zijn nog nooit in zeven sloten tegelijk gelopen. Niet eens eentje. Dus ik vond dat ik dat gevecht met mezelf maar eens aan moest gaan. Ik heb altijd gedacht – maar niet met zoveel woorden – dat mijn kinderen pas zonder toezicht buiten mogen spelen als ze geleerd hebben hoe ze samen kunnen spelen zonder ruzie / om gevaar juist in te schatten / om zich fysiek te verdedigen tegen mensen met Slechte Bedoelingen / etc. Maar dat is natuurlijk onzin. Zij leren al die dingen pas als ik ze loslaat in de wereld. En dat is wat ik mijzélf moet leren. Ze loslaten.

Dus dat deed ik, in de speeltuin deze middag. Jeetje hee, dat valt niet mee. Ik zal jullie de details besparen maar in mijn hoofd hebben zich de meest verschrikkelijke drama’s afgespeeld. En de laatste scène is altijd dat minstens één van mijn dochters voor altijd kwijt is of dood. Tikje overdreven misschien? Oh, de vreugde van een levendige fantasie!

Hebben alle moeders dit? Dat is toch niet te doen, joh. Gelukkig had ik een boek bij me, dus ik had wat afleiding. Maar ik moest mezelf toch regelmatig tot de orde roepen. Zal ik toch niet even kijken of ze nog leven? Nee. Natuurlijk leven ze nog. Ja maar, wie weet… Zal ik niet toch… Nee! AAAAHH! Zo kun je jezelf goed gek maken.

Het grappige is dat ik mezelf – zonder dat ik me daar bewust van was – precies op het stilste plekje van de speelplaats had geparkeerd. Toen ik het uiteindelijk niet meer uithield, liep ik om een hoge heuvel heen om m’n dochters te zoeken. Aan de andere kant vond ik niet alleen m’n dochters, maar ook een hele bups andere kinderen met bijbehorende ouders. Ineens voelde ik me een beetje belachelijk met m’n rampscneario’s. Waarschijnlijk was dit zo’n beetje de veiligste plek van Amsterdam die middag.