Stadse Moeders

Hik

Het is half elf ’s avonds. Met vers gepoetste tanden sta ik in mijn nachthemd aan het aanrecht. Ik schep een flinke theelepel pindakaas uit de pot en steek hem in mijn mond. Met veel moeite werk ik de droge kleverige massa weg. Bleg.
Nee, ik heb geen vreetkick, ik ben niet zwanger, ik ben ook niet gek geworden. En ik baal, want ik heb net mijn tanden gepoetst en dat moet ik nu weer gaan doen. Ik heb de hik.

Ik was nog niet zo lang met vriend samen toen ik een keer, ’s avonds in bed op zijn zolderkamer, de hik had. We hebben minstens een half uur liggen discussiëren over wat echt helpt tegen de hik. Ik zei een versje van mijn oma op (hik spik sprou, ik geef de hik aan jou), dronk achterstevoren uit een glas water, vertelde wat ik de afgelopen dagen had gegeten en hield mijn adem in. En ik zei: hik! Niks hielp.

Vriend bleef volhouden dat een hap pindakaas de enige echte oplossing was. Ik lachte hem uit, vol ongeloof. Maar de hik bleef en deed inmiddels pijn.

Er van overtuigd dat vriend me in de maling nam, liep ik de zoldertrap van zijn ouderlijk huis af en sloop de donkere keuken in. Daar nam ik een hap pindakaas. Ik weet het nog goed omdat het totaal idioot voelde om in de keuken van mijn schoonouders midden in de nacht een hap pindakaas te nemen. Zonder hik liep ik een halve minuut later de trap weer op. Ik was niet eens blij dat de hik weg was, ik was pissig. Want vriend had gelijk en ik had het mis. En daar hou ik niet van, van ongelijk hebben.

Na al die jaren waren we er inmiddels wel van overtuigd dat het werkt, die pindakaas. Maar we vroegen ons wel af waarom het werkt. Is het puur psychisch, of toch iets fysieks waardoor de hik verdwijnt als je pindakaas tegen je gehemelte hebt plakken?

Deze week kwam het verlossende antwoord. Zoon had de hik. Ha, dacht ik, een proefkonijn! Ik bood het hikkende mannetje vol verwachting een flinke hap pindakaas aan. Van die lekkere stugge van de bio supermarkt, daar moet je extra hard voor werken. Hij had geen idee waarom hij een lepel pindakaas aangeboden kreeg, maar hapte gretig toe en werkte met enige moeite de pindakaas weg. En toen? Weg hik!

De verwensing ‘krijg de hik’ verliest hiermee ernstig zijn waarde. Dat vind ik ergens wel jammer.