Stadse Moeders

Nog een probleem

DSC03931

In de kerstvakantie gingen mijn dochters uit logeren bij opa en oma. Ik bracht ze met de trein weg. Ze zouden een paar dagen wegblijven dus er moest van alles mee en vooral knuffels. Heel veel knuffels. En de liefste knuffels mochten natuurlijk niet in de koffer. Want dat is zielig (zie Antropomorfisme). Dus. Mijn oudste vertrok van huis met in haar handen drie knuffels, waaronder een enorme hond. Voor vertrek had ik een lange monoloog afgestoken over dat ze die knuffels beter in de koffer kan doen, want ze wil ze toch niet kwijtraken, want als je er per ongeluk eentje in de trein of de bus laat liggen, dan ben je hem voor altijd kwijt, is dat niet veel erger dan ze twee uurtjes in een koffer te stoppen?

We hebben dat al een keer eerder meegemaakt. Een van haar lievelingsknuffels (ze heeft twee dezelfde) was in de bus blijven liggen. Ik heb toen gebeld met de klantenservice van busmaatschappij Veolia. Ik verwachtte daar eerlijk gezegd niet veel van, maar ik werd bloedserieus te woord gestaan: “Wat is uw naam? Op welk telefoonnummer kunnen we u vandaag bereiken? In welke bus zat u? Hoe laat bent u ingestapt? Bij welke halte? Wat is het signalement van de vermiste knuffel? Prima, dan gaan we contact opnemen met de chauffeur en dan wordt u zo snel mogelijk teruggebeld.” En dat werd ik. Nog geen uur later konden we het verloren konijn ophalen op het station. Jee, Veolia.

Maar inmiddels zijn we een paar jaar verder. Dezelfde knuffels zien er nu bepaald minder schattig uit. Als ze ergens achter blijven roepen ze niet: “Meneer! Mevrouw! Til mij op en breng me bij de chauffeur! Een lief klein kindje mist mij verschrikkelijk!” Maar meer: “Ik ben een vies oud lapje stof, ik zou mij niet aanraken als ik u was.”

Ik ben bang dat als ze nu een van de knuffels in het ov laat liggen, we hem voorgoed kwijt zijn, en dat ik een ontroostbaar meisje heb. Vandaar mijn monoloog. Maar het had geen zin. Ze zei, niet precies, maar het had wel dezelfde strekking: “Als ik ze kwijt raak is dat mijn probleem.” (Zie Probleem.)

Op dat moment had ik natuurlijk naar haar moeten luisteren. Haar probleem, niet mijn probleem. Laat het los. Wat ik – uiteraard – deed was de hele reis lopen stressen over die knuffels. Bij elke overstap, gewone stap, hoek om, vroeg ik aan mijn dochter: “Heb je je knuffels nog?” Bij de laatste uitstap hebben allebei mijn dochters me simpelweg uit staan lachen. Wat loopt die gekke moeder zich nou op te winden over een paar knuffels, die mijn dochter gewoon netjes in d’r hand heeft?

Niet mijn probleem. Ik werk eraan.