Stadse Moeders

Paastraktatie-nijd

pasen

Pasen. Het feest waarbij de gemiddelde Nederlander 47 (!?) paaseitjes eet en men om onverklaarbare redenen naar de meubelboulevard gaat. Het feest waarbij er op school ontbeten wordt. Kinderen gaan er van stuiteren, ouders moeten er van zuchten. Want: er moet geknutseld worden voor school. Elk kind maakt een ontbijtje voor een klasgenoot in een vrolijk versierde schoenendoos.

Nu ben ik dus zo’n moeder die dat stiekem best leuk vindt, dat knutselen. Lekker een beetje knippen (daar hou ik van), plakken (daar houdt zoon van), verven en kleuren. Ik zag er niet tegenop, ik keek er eigenlijk wel naar uit. Misschien is dat wat onbegrijpelijk, maar ik ben nou eenmaal zo’n moeder. Die dat leuk vindt.

Mijn enthousiasme werd behoorlijk getemperd toen ik in Het Parool een artikel las over trakteren op school. Over traktatienijd. Over overijverige ouders die zich te veel bemoeien met de traktatieknutselwerkjes van hun kind. Over ouders die de paasdoos namens hun kind in elkaar knutselen. Over een stille strijd onder ouders en creatieve hoogstandjes, of juist gemakzuchtige ouders en teleurgestelde kindergezichtjes.

Ik dacht aan mijn blog over trakteren en voelde het weer: de traktatiestress. Maar, zo sprak ik mezelf sussend toe, het artikel in Het Parool ging natuurlijk over de kakscholen in de kakbuurten van Amsterdam. Bij ons zou het allemaal heus wel meevallen. We gingen het gewoon gezellig houden, wij deden niet aan strijd en hoogstandjes.

Dus, nog steeds vol goede zin en misschien net iets te veel ambitie ging ik met zoon aan de slag. We knipten wat, we plakten wat. En toen ging het toch nog bijna mis. Want: ik wilde dat het mooi werd. Ik was bang voor een teleurgesteld klasgenootje. En voor die kritische ouders uit Het Parool. Mijn handen jeukten en namen het over. Mijn handen vonden dat het míjn paasdoos was. Zoon keek het even aan, ging toen op zijn stoel staan en riep met boze natte ogen: Het is niet jóuw doos, het is míjn doos!

Zo. Had hij even mooi gelijk. Ik schaamde me behoorlijk, wentelde me in excuses en gaf zoon een compliment omdat hij me er op had gewezen dat ik dus bijna zó’n moeder was. Oef… (of mag ik in deze context zeggen: oeuf…). Dat ging maar net goed. Soms toch best handig, zo’n irritant wijze kleuter die je op je gedrag wijst.