Stadse Moeders

Stop de feestdagen-stress!

Die laatste week voor de kerstvakantie; wat een rotweek! Zeg ik uit de grond van mijn hart. Elk jaar weer. Voor iedereen. Ik kom in die week nooit iemand tegen die volijk en ontspannen uit zijn ogen kijkt en zegt: “Tjonge, wat een lekkere week!”

Waarom eigenljk? Drukke tijd op school, want kerstdiner/-ontbijt/-markt/-voorstelling. En thuis moeten er kaarten, een boom en diners geregeld worden. En dan het vooruitzicht van twee weken vakantie die eigenlijk helemaal geen twee weken vakantie zijn. Want eerste kerstdag naar je ouders, tweede kerstdag naar je schoonouders, derde kerstdag met vrienden, oud-en-nieuw met de buren. Plus een verjaardagsfeestje en een logeerpartijtje van de kinderen. Enorme hoeveelheden eten die gekocht, klaargemaakt en voorzichtig vervoerd moeten worden.

Dit is voor velen niet de meest ontspannen tijd van het jaar. En dat is een understatement.

En toch, als ik anderen (en mijzelf) hoor zuchten, dan denk ik aan het boek I don’t know how she does it, waar ik een paar jaar geleden over blogde. De hoofdpersoon van deze roman is een drukbezette, werkende moeder die op de avond voor het school-kerstdiner supermarktpasteitjes bewerkt met een deegroller zodat ze er zelfgemaakt uitzien. Doe het gewoon niet! dacht ik toen ik dat las. Heb niet zulke belachelijk hoge verwachtingen van jezelf.

Dat oude blogje waar ik het net over had ging over twee boeken waar ik niet zo veel aan vond. Nu moet ik denken aan een boek waar ik wel wat aan heb gehad: De groeten met moeten van Rick van Asperen. Dit is een van de gedachte-oefeningen uit dit boek die ik nu regelmatig doe: Als je verzucht, “Ik moet … [een vijfgangen-kerstdiner koken / de hele dag bij mijn (schoon)ouders zitten / enz, vul zelf maar in]”, vervang “moet” dan eens door “wil” en kijk wat er gebeurt. Wil je een vijfgangen-kerstdiner koken? Wil je de hele dag bij je (schoon)ouders zitten?

Misschien is het antwoord wel “Ja! Dat wil ik!” Dan voelt het toch een stuk beter om het voor jezelf op die manier te formuleren? “Ik wil een vijfgangen-kerstdiner koken!”

En misschien is het antwoord wel “Nee! Dat wil ik eigenlijk helemaal niet.” En wat doe je dan met dat antwoord? Uiteraard is dat je eigen keuze, die per situatie zal verschillen. Aan elke keuze voor ja of nee zijn consequenties verbonden en je moet zelf beslissen of die het waard zijn. Maar persoonlijke vind ik de gedachte “Ik kan het toch niet maken om … [geen vijfgangen-kerstdiner te koken / niet de hele dag bij mijn (schoon)ouders te zitten / etc.]” niet goed genoeg meer. Waarschijnlijk kun je veel meer maken dan je denkt. Gaat er iemand dood als je geen vijfgangen-kerstdiner kookt? Word je op staande voet geëxcommuniceerd als je niet de hele dag bij je (schoon)ouders zit? Vast niet!

Laten we voortaan een beetje creatief zijn met die feestdagen! Eet stamppot en een bak Ben & Jerry’s, als je geen zin hebt om uitgebreid te koken. Loop de hele dag in je pyjamabroek als je kerstoutfit niet zo comfortabel is. Voer vierde, achtste, ach wat, vijfendertigste kerstdag in, als je alle familie- en vrienden-bezoeken niet in drie dagen wil proppen. Hang de kerstballen en lichtjes aan de luxaflex ipv in een boom. Laat je kinderen de kerstkaarten regelen.  Eet paaseitjes met oud-en-nieuw als je die lekkerder vindt dan oliebollen. En ga straks lekker om 10 uur naar bed als je moe bent. Dat is pas een goed begin van het nieuwe jaar!

Doe wat je wil doen! Dat is mijn nieuwjaarsboodschap.