Stadse Moeders

Stuk maken

achterop

Ook deze week is het me weer gelukt om mijn kind niet stuk te maken. Op het nippertje, maar toch. Altijd weer een overwinning is dat, zo aan het eind van de week. Een kind met alles d’r op en d’r aan, compleet, zonder gapende wonden, het liefst fris gewassen en tevreden slapend. Prettig om naar te kijken en een geruststellend idee.

Sommige ouders zijn, als hun kind net geboren is, bang dat ze het stuk zullen maken. Dat ze het laten vallen of iets fout doen waardoor het iets breekt of zo. Ik had dat niet zo. Ik voelde me geenszins een ervaren moeder die wel wist wat ze deed, maar ik was niet bang dat ik zoon per ongeluk zou slopen. Misschien zou ik daar wat banger voor moeten zijn. Want soms bak ik er even helemaal niks van.

Van de week haalde ik zoon op bij de buitenschoolse opvang. Hij lag in een hoek te stoeien met een paar vriendjes. Het was een soort kluwen van kleuters. Ze gingen behoorlijk ruw met elkaar om. Ik stond er bij en keek er naar en wist niet wat ik er van vond. Aan de ene kant dacht ik: “Stop hou op, je doet mijn kind pijn, ga van zijn hoofd af, dit kan toch nooit leuk zijn, zal ik even op jóuw hoofd gaan zitten dan weet je hoe dat voelt” en aan de andere kant dacht ik: “Kijk, dat is best goed voor zoon, een beetje stoeien en vechten, daar wordt ‘ie hard van”.

Na veel gedoe kon ik zoon eindelijk uit die kluwen trekken en had ik hem zo ver dat hij, met zijn jas én schoenen aan, mee naar buiten liep (dat is niet zo makkelijk als het kan lijken). Ik had mijn armen vol met drie tassen en zoons fietszitje. Ik schoof het fietszitje op de fiets, dumpte alle tassen in mijn fietskrat, zette zoon vast op het zitje, trok hem zijn wanten aan, deed zijn rits te hoog dicht, deed zijn rits weer wat lager, zette hem zijn helm op, trok mijn handschoenen aan, haalde mijn fiets van het slot en fietste weg. Check.

Terwijl ik vol op de trappers stond om nu dan toch eindelijk naar huis te fietsen, begon zoon te roepen: “Mijn stoel beweegt!”. Oh ja. Het zitje. Ik had zijn zitje niet vastgezet. Oei. Ai. Oeps. Zoon was dus, met fietsstoeltje en al, onderweg om genadeloos hard, achterover op de straat te kletteren. Dat had best heel vervelend en pijnlijk af kunnen lopen. Dat deed het gelukkig niet. Zoon kwam vrij met de schrik en ik schaamde me diep. Dit kon ik niet eens wijten aan mijn gebrek aan kind-red-reflex, dit was gewoon een domme actie. Maar hé, hij had wél een helm op.