Stadse Moeders

Triomf

Keek jij vroeger ook zo graag naar Zaai? Ingrid en Irma (Plien en Bianca) op een hek in een weiland, zeurend tegen postbode Siemen: “Wij vervelen ons, dus jij moet iets verzinnen”. En Siemen maar zuchten en steunen. Waarom moest híj nou altijd weer wat verzinnen doen? Vond ik leuk. Nu nog steeds. Ik begrijp Siemen opeens ook zo goed.

Zoon vraagt me best vaak: “Wat kan ik gaan doen?”. Ik antwoord dan wel eens: “Wat je maar wilt!”. Vindt ie niet leuk. Hij wil vermaakt worden. En ik moet precies dát verzinnen waar hij precies op dát moment zin in heeft. Wat dat is weet hij zelf niet, maar als ik het ook niet kan verzinnen dan wordt me dat toch wel lichtelijk kwalijk genomen. Daar ben je dan moeder voor he? Ik heb bedacht dat zoon op de wereld zou komen, dan moet ik hem maar vermaken ook. Zoiets.

Meestal komt het er op neer dat alle dingen die ik verzin stom, saai en suf zijn. Dingen die zoon “écht nooit van zijn leven” gaat doen. Dan denk ik “ga je maar lekker vervelen dan, dat is goed voor je hersens. Zoek het lekker zelf uit”. Maar dat zeg ik meestal niet hardop, want dat helpt niet. En een boos kind dat zich verveelt is nog minder grappig dan een kind dat zich alleen maar verveelt.

Maar soms! Soms, dan doe ik het in één keer goed. Dan stel ik voor wat zoon kan gaan doen en dat is dan precíes waar hij net heel veel zin in blijkt te hebben. Ik word dan overspoeld door een gevoel van trots en triomf. Dan voelt het heel even alsof ik niet ook maar wat doe, maar alsof ik helemaal door heb hoe het werkt, dat ouderschap.