Stadse Moeders

Ander leven

Wij wonen in Amsterdam. De stad vol vermaak voor alle generaties. Speeltuinen, bioscopen, dierentuin, theaters, musea, winkels, cafés en ijswinkels. Allemaal dingen waar je als zesjarige blij van wordt. Dacht ik.

We waren bij vrienden in een dorp. In een wijk vol doorzonwoningen. Met tuin en een achterom. Zoon mocht zonder ouderlijk toezicht buiten spelen met de kinderen van die vrienden. Broer en zus namen hem op sleeptouw. Zelf naar de speeltuin. Zelf een speurtocht maken. Joepiedepoepie. Zoon had de smaak te pakken. Hij proefde vrijheid en dat smaakte goed.

Op de weg terug naar de stad liet zoon weten dat alles anders moest. Eerst vroeg hij me om een broertje of zusje. Want dat leek hem wel gezellig. En of we dan ook meteen naar een dorp konden verhuizen, want dan kon hij zélf buitenspelen. Hij bestelde schaamteloos een heel nieuw leven. Hij wilde meer van die vrijheid proeven.

Ik moest hem teleurstellen. We kunnen uw order helaas niet verwerken, de door u gekozen producten zijn niet leverbaar. We hebben geen verhuisplannen. En er komt ook geen broertje of zusje.

Ik moest spreken als brugman om zoon tevreden te stellen. Ik riep iets over gras en groener. In een dorp is het ook fijn. Maar er is meestal geen bioscoop, dierentuin, tram, fontein om in te spelen, theater of museum. Of Turkse pizza op 20 meter afstand! En met een broertje of zusje moet je alles delen, ook de aandacht van je ouders. Dat opende de ogen van zoon een klein beetje.

Helemaal klagen mag zoon van mij trouwens niet. Want hij gaat best vaak in de weekenden naar een camping midden in een bos waar hij helemaal zelf met andere kinderen op pad mag. En als hij nog een klein beetje geduld heeft dan mag dat in Amsterdam ook. Maar daarvoor moet hij nog wat meer groeien. En zijn moeder moet nog een beetje meer oefenen. In loslaten.