Deze zomer werd zoon 8 en kreeg ik het een beetje op mijn heupen. Over Sinterklaas. Nog vóór de pepernoten al weer in de winkel lagen vroeg ik mij af: hoe lang is de Grote Leugen nog houdbaar?

Ik wilde nooit meedoen met die Grote Leugen, maar soms laat je kind je geen keus en gaat het gewoon keihard geloven. Dus wij deden maar gewoon gezellig mee. Maar op welke leeftijd ontdekken kinderen vervolgens dat Sint niet bestaat? En konden we het zoon misschien gewoon vertellen voor het onderwerp weer op school ter sprake zou komen? Het leek me niks om samen te gaan zitten voor een serieus gesprek: “Schat, papa en mama moeten je iets vertellen”. Ik wilde dat zoon het grote mysterie zelf zou ontmantelen!

En ja, afgelopen week was het zo ver! Zoon vroeg zich af hoe de Pieten in ons gebouw kwamen en wie er voor al die cadeaus betaalde. Hij bleef vragen stellen en ik gaf glunderend overal eerlijk antwoord op. En zo ontrafelde hij de hele leugen.

Hij haalde herinneringen op, bekeek de verlanglijsten die ik bewaard had, raadde wie de Sint op school speelt en besloot tevreden dat Stefan de Walle nog best jong is voor een Sint en dus nog jaren mee kan gaan. Misschien over een paar jaar zelfs met een eigen lange witte baard.

Al met al vond hij het wel wat. Hij was niet eens boos of verdrietig! Zijn niet zo tere kinderziel kon dit prima aan. Ik drukte hem op het hart dat hij nog steeds cadeaus krijgt op 5 december, dat hij nu het grote geheim weet en dat hij dat goed moet bewaren. Hij vond het allemaal prima.

Tevreden over zijn toetreding tot de orde van ongelovigen liep hij naar zijn kamer en mompelde hoofdschuddend: “Wat een grap”.