Ik heb dus twee dochters. Ik heb me laten vertellen dat zonen heel anders zijn dan dochters, maar ja, daar kan ik niet uit eigen ervaring over meepraten. Hoewel ik ook wel kan zien dat vrouwen normaal zijn en mannen… Nou ja, anders, zeg maar.

Ik heb niet het idee dat ik mijn dochters heel rolbevestigend opvoed. Ik heb in het verleden zowel auto’s als poppen voor ze gekocht, en die werden allebei in gelijke mate genegeerd. Ons hele huis staat vol met speelgoed, maar we zouden het allemaal zo naar de kringloopwinkel kunnen brengen, want er wordt toch altijd alleen maar poesje gespeeld, of dagverblijfje, of stiefmoedertje. En ze hebben een tijdlang alleen maar roze jurkjes met kantjes en kraaltjes willen dragen, maar die fase zijn we godzijdank ook weer voorbij.

Maar dat rollenspelen, dat schijnt dus toch wel echt een meisjesding te zijn. Als hier wel eens jongetjes komen spelen, dan gaan die daar toch niet zo makkelijk in mee. Die willen met de Lego. Of op de Wii. Of met de wapens. Wij hebben hier in huis (in het kader van de niet-rolbevestigende opvoeding) twee houten zwaarden, een kruisboog en twee nerf-guns. Wordt nooit mee gespeeld. Behalve dus als er jongetjes op bezoek komen. Oja, en laatst gingen de dochters een zwaardgevecht houden. Omdat de knuffels in het dagverblijf beschermd moesten worden of zoiets. Eerst trokken de dames hun mooiste kleren aan, toen deden ze al hun sieraden om, en vervolgens vochten ze een perfect gechoreografeerd toneel-zwaardgevecht uit. Zonder gewonden.

Ik schrok dan ook een beetje toen we laatst met een jongetje van 8 een uitstapje maakten naar het Museum van de 20ste Eeuw (overigens echt een aanrader!). Waar ik ook met deze jongen over praatte, het gesprek kwam altijd weer terug bij wapens. Dat hij bij de Playmobil-tentoonstelling vooral geïnteresseerd was in de piraten en de cowboys, dat begreep ik dan nog wel. Maar op de terugweg naar de auto liepen we langs een jachthaven en vertelde ik een heel verhaal over zeilboten (ik heb vroeger veel gezeild), waarop hij zei: “Mm ja, leuk, maar ik hou eigenlijk meer van oorlogsschepen.” En vol vuur begon hij daarover te vertellen. Dat vond ik toch enigszins verontrustend. En bij thuiskomst blijkt zijn favoriete speelgoed een zelfgemaakte bazooka te zijn, waarmee hij zelfgemaakte raketten afvuurt. Ojee, dacht ik, een terrorist in de dop. Maar mijn man stelde mij gerust. Volgens hem is dit volkomen normaal gedrag. Alle jongens van 8 zijn gefascineerd door wapens, hoe pacifistisch ze ook worden opgevoed. Hmm. Gelukkig gaat dat over als ze volwassen zijn. (??)

Kleine update: sinds ik het bovenstaande typte hebben mijn dochters twee nieuwe rollenspellen ontwikkeld, met bijbehorende kreten. De ene is: “OORLOG! SUPER-OORLOG!” De andere: “Wij willen wráák en die wráák is boosáárdig!”

Uiteindelijk zijn kinderen toch vooral gewoon kinderen.