Het zijn weer Nationale Voorleesdagen! Dit jaar voornamelijk online natuurlijk, maar normaal gesproken worden er allerlei voorlees-activiteiten georganiseerd op dagverblijven, basisscholen en bibliotheken. Bekende (of iets minder bekende) mensen komen voorlezen. Mooie prentenboeken* die extra onder de aandacht worden gebracht. Op onze basisschool in Amsterdam was het gebruikelijk dat de kinderen uit hogere klassen gingen voorlezen aan kinderen uit de lagere klassen. Superleuk allemaal!

Maar… mijn kinderen zitten nu allebei op de middelbare school. En ik realiseer me nu dat het bij voorlees-promotie altijd gaat over voorlezen aan kinderen die nog niet zelf kunnen lezen.

Wat een gemiste kans eigenlijk! Begrijp me niet verkeerd: ik ben helemaal vóór voorlezen aan jonge kinderen uit mooie prentenboeken. Doe dat. Vaak en veel.

Maar stop daar niet mee als ze zelf kunnen lezen. Ook nu nog lees ik mijn kinderen van 10 en 12 regelmatig voor. Niet meer uit prentenboeken. Hoewel ze het soms wel leuk vinden om iets uit hun jeugd (!) te horen. We lezen bijvoorbeeld Roald Dahl, De kleine prins en De zweetvoetenman. Natuurlijk kunnen ze zelf lezen. En dat doen ze ook. Maar samen lezen is gezellig. Ook draaien de rollen wel eens om en lezen zij ons voor. Ook erg fijn.

Maar ook daar hoeft het niet te stoppen. Ik smeek mijn man bijna dagelijks om mij ’s avonds voor te lezen. Soms doet hij dat. Dan ben ik blij. We hebben in de loop der jaren al veel boeken uitgeprobeerd, maar eigenlijk zijn er twee die altijd weer terugkomen omdat ze gewoon het allerfijnst zijn voor het slapen gaan: Misschien wisten zij alles van Toon Tellegen en Het grote boek van Madelief van Guus Kuijer.

Stop nooit met voorlezen!

*over mooie prentenboeken gesproken: De Wind en Wij van Claudia Jong en Kristof Devos!