Ik heb Marie Kondo gelezen. Ik lees ook regelmatig sites als soChicken, zen habits, De Groene Meisjes. Allerlei inspirerende mensen die inspirerende dingen schrijven. Daar laat ik me dan heel fijn door inspireren om dingetjes te verbeteren in mijn eigen leven. Maar soms moet ik toch wel een beetje lachen. Als ik bijvoorbeeld lees hoe fijn het is om ’s ochtends 10 minuten te mediteren. Of hoe iemand dagelijks een half uur uur gaat sporten/hardlopen/wandelen/yogaën en zich daarna een nieuw mens voelt. Zal best, denk ik dan. Maar jullie hebben geen kinderen dus.

Marie Kondo beschrijft in haar boek wat ze als eerste doet als ze thuis is. Ze haalt haar tas leeg, houdt alle voorwerpen even in haar handen en legt ze dan terug op de vaste plek waar ze thuishoren.

*Grinnik* Dit gebeurt er als ik thuis kom:

Ik kom aanfietsen en stop voor mijn huis. Mijn dochters springen van mijn fiets en lopen naar de voordeur. Ik loop door naar het fietsenrek. Ik heb mijn rug nog geen twee tellen omgedraaid of ik hoor al: “Nouhou!” “Hou op!” “Die is van mij!” “Blijf af!” etc. Vanuit de bocht waarin ik me moet wringen om mijn fiets met twee enorme sloten vast te zetten (want dure moederfiets in Amsterdam) roep ik: “Laat elkaar met rust!” Mijn oudste komt naar me toe en roept: “Sleutel!” Nog steeds dubbelgevouwen zeg ik: “Hoe vraag je dat?” “Mag ik alsjeblieft de sleutel van de voordeur?” “Ja,” zeg ik, “maar je weet dat die aan mijn fietssleutel vastzit dus je moet even geduld hebben.” Weer rechtop geef ik haar de sleutel, waarna ze meteen terug naar de voordeur rent. Ik roep nog: “Wacht, neem je tas even mee!” Maar dat hoort niemand want de ruzie die de dames net hadden gaat gewoon verder waar die gebleven was. De dochters lopen naar binnen en ik sjouw erachteraan met mijn eigen tas, twee schooltassen, een gymtas, twee paar oorwarmers en diverse knutsels van school. Oja, had ik al gezegd dat het regent? Natuurlijk regent het. Struikelend over natte jassen stap ik naar binnen. Mijn jongste roept: “Mama, wil je helpen mijn schoenen uittrekken?” “Ja, hang je dan eerst even zelf je jas op?” Ondertussen is ze met haar vieze schoenen het hele huis doorgestapt, maar ze komt braaf haar jas ophangen, terwijl ik mijn eigen natte jas en schoenen uitdoe. Dan help ik haar met haar schoenen. Ik til alle tassen weer op en loop de gang door naar de woonkamer. Hoe ze het doen weet ik niet, maar mijn dochters hebben inmiddels al hun speelgoed tevoorschijn gehaald en de helft van hun kleren uitgetrokken. Ze roepen naar mij: “Mag ik wat te eten? Mag ik wat te drinken? Mag ik een snoepje? Mag ik droge kleren?” en pakken zonder tussendoor adem te halen ook meteen hun ruzie weer op. (Weet iemand nog waar het over ging??)  Ik probeer te beslissen wat ik eerst ga doen: zelf droge kleren aantrekken, de vieze voetsporen opvegen voordat de modder nog verder het huis in wordt gelopen, of eten en drinken voor ze pakken. Maar hoe kun je rustig nadenken over dit soort vraagstukken met al dat geschreeuw op de achtergrond? Mijn jongste roept dat ze moet poepen. Ik zeg dat ze dat dan maar op de wc moet gaan doen. Ik zeg tegen beide dames dat ze zelf droge kleren kunnen halen in hun kamer. Dan ga ik eten en drinken pakken (want misschien laten ze me daarna wel even met rust) (schattig wel, hoe naïef ik soms ben). Terwijl ik hiermee bezig ben vraagt mijn jongste vanaf de wc of ik haar billen af wil vegen. (Eigenlijk vraagt ze dat helemaal niet, maar roept ze: “Ik ben klaar, honderd jaar, geen gemaar!”) Terwijl ik haar billen afveeg vraagt ze wanneer ze nou EINDELIJK wat te eten en drinken krijgt. Ik zucht diep. Ik geef ze eten en drinken, ik trek een droge broek aan, ik veeg de modder van de vloer, ik zet thee. En daarna ga ik dus op de bank zitten om RUSTIG mijn kopje thee op te drinken. De tassen liggen op een grote (natte) berg in een hoek van de kamer.

Soms zou ik wel willen dat mijn leven meer leek op dat van Marie.

Maar weet je wat ik dus heel inspirerend vond aan haar boek? Natuurlijk al haar adviezen over dingen wegdoen en groeperen en een vaste plaats geven enzo. Maar behalve dat schrijft ze ook iets over huiskleren. Dat je afgedragen, oude kleren niet moet bewaren om als huiskleren te dienen. Thuis is bij uitstek de plek waar je jezelf kunt zijn, en daar moet je je dus juist mooi aankleden. Dit was voor mij echt een eye-opener. Op een gemiddelde avond zul je mij nog steeds op de bank vinden onder een dekentje, in een oude, slobberige pyjamabroek en een oversized, felroze badjas. Heerlijk. Maar af en toe, zeker als ik overdag alleen thuis ben, trek ik nu dus m’n mooiste kleren aan. En ik had het nooit verwacht, maar het voelt geweldig om op die manier de was te doen, mijn administratie bij te werken, een kopje thee te drinken. Terwijl ik dit stukje schrijf draag ik pumps met een veel te hoge hak, waardoor ik ze bijna nooit aandoe. Maar ik voel me prachtig, in mijn eentje thuis. Ik kan het iedereen aanraden!