Ik heb niet veel gespijbeld vroeger. Een beetje maar. Ik was een braaf meisje. 😉

Het is alweer een paar (oké: flink wat) jaar geleden, maar ik herinner me het gevoel nog wel. Vrij en stout! Zo voel ik me niet vaak tegenwoordig. Als moeder moet je er altijd zijn. Boterhammen in broodtrommels, schone onderbroeken in de onderbroekenla. Pleisters op wonden, haren wassen, billen afvegen. Boodschappen, boodschappen, en nog meer boodschappen, want die kinderen blijven maar eten! En je kunt echt niet aankomen met: jullie krijgen vandaag geen boterhammen mee naar school, want mama heeft gisteren geen boodschappen gedaan. Die optie bestaat niet. Speelafspraakjes, zwemles, rapportgesprekken. En en en. Je begrijpt me wel, toch? Niet bepaald vrij en stout.

Soms denk ik: ik heb geen zin. Maar je kunt geen vrije dag opnemen.

Af en toe een beetje spijbelen lukt me wel. Bijvoorbeeld middagdutjes in het weekend (met een boek!). Of ’s avonds na het eten in m’n eentje een wandeling maken. Of een vrijwillige kookbeurt. Ik hou niet zo van koken. Maar soms meld ik me er toch voor aan, want als er dan kinderen aan m’n hoofd komen zeuren (op precies die irritante toonhoogte die alleen je eigen kinderen weten aan te slaan), kan ik in alle redelijkheid zeggen: “Nee, vraag maar aan papa, mama kan nu echt niet helpen, mama is aan het koken!”

Het is natuurlijk niet hetzelfde als met je vrienden gaan blowen tijdens de economie-les, maar zó vrij en stout hoeft het misschien ook niet te zijn.

De meeste van mijn kleine spijbel-sessies worden opgevangen door mijn man. Eigenlijk is het dus sowieso geen spijbelen, want ik vraag hem altijd netjes of hij het goed vindt dat ik hem aan zijn lot overlaat met onze veeleisende dochters. Hij stemt daar doorgaans graag mee in, want we weten allebei dat ik een leukere moeder ben als ik er af en toe even helemaal niet ben. Win-win dus. En dat vrije en stoute gevoel, dat fantaseer ik er gewoon bij.