Ik fiets door de stad met zoon achterop als er uit het niets een duif tegen mijn fiets aan vliegt. Ik roep ‘oei!’, de duif vliegt ogenschijnlijk ongedeerd weg en zoon vraagt droog: ‘mama, waaróm rijden we over een duif heen?’. Ik moet lachen om die vraag. En om die nadruk op de ó in zijn waaróm. Alsof ik met opzet die duif even schamp. Omdat ik dat zo bedacht heb en het nu kan verklaren. Alsof voor alles wat er gebeurt een dáarom is.

Voor een peuter is waarom, na ‘nee’, misschien wel het meest gebruikte woord op een dag. Het is natuurlijk geweldig dat zoon nieuwsgierig is en dingen wil weten. Maar soms. Soms word ik een beetje gestoord van dat ‘ge-waarom’. Omdat ik het antwoord ook niet altijd weet. Omdat zoon naar de bekende weg vraagt. Omdat ik gewoon. even. geen. geduld heb.

Soms wil ik dan roepen ‘Hoezo waarom? Dit is niet iets om een waarom vraag over te stellen!’. Regelmatig moet ik een ‘weetikveul’ of een ‘daarom’ inslikken. Maar heus, ik hou me in. Zoon kan het niet helpen, het is peuter-eigen. Hij wil gewoon heel veel leren begrijpen. En het is aan mij om hem te voorzien van antwoorden.

Misschien wordt zoon ook wel kriegel van mij. Want ik wil ook heel vaak dingen begrijpen. Bijvoorbeeld als hij lusteloos op de grond ligt in de hal van ons gebouw en met zijn eigen kwijl op de tegelvloer aan het tekenen is terwijl ik op hem sta te wachten. Dan denk ik: ‘ergens in de verte snap ik je wel, maar toch: waarom?’. Of als hij blijft jammeren om niets en ik even geen geduld heb voor gedrein, dan vraag ik hem ook: waarom? Sja, weet hij veel, hij is 3 (en een half mam!) en soms weet hij het ook even niet. Lekker dan.

Ach, waarom waarom waarom? Dáarom. Ik herinner me nog dat ik waarom vragen aan mijn ouders stelde en dat ze af en toe zuchtend of lachend naar een antwoord zochten. Soms weet je het even niet. En dan doe je toch gewoon lekker maar wat? Net als alle andere ouders. Dan komt het vast wel goed. Daarom.

(Deze leuke duif komt uit het boek Don’t Let the Pigeon Drive the Bus! van Mo Willems).