Ik sta op één been onder de douche. Want ik ben mijn andere been aan het scheren. Omdat het nogal wiebelig staat op één voet met een teenslipper op een natte vloer, zoek ik steun tegen het wandje van de douchecel. Onder dat wandje door komt sop. Sop dat van iemand anders’ lijf gespoeld wordt en samen met wat grassprieten en zand naar het putje van míjn douche loopt. Ik vind dat eigenlijk tamelijk smerig.

Net als ik mijn inmiddels geschoren been af wil spoelen stopt de douche er mee. Natuurlijk! Ik zucht. Ik vloek. Ik baal. Ik moet me er bij neerleggen. Want ik sta op de camping. Dus ik schuifel met zeepbeen mijn douchehokje uit op zoek naar een douche die het wel doet. Ik grinnik maar een beetje om mezelf, want ik zou bijna gaan mopperen. Over het mooie weer.

Leuk hoor mooi weer. Met mooi weer kun je zwemmen. Op vakantie is zwemmen wat mij betreft hetzelfde als douchen. Voor kinderen dan. Voor moeders is het net even anders. Moeders moeten juist vóór dat zwemmen allerlei kapriolen uithalen in de campingdouche. Op de camping bij 28 graden in je lange broek lopen is natuurlijk niks, maar de combinatie van ontharen en onthaasten door middel van kamperen vind ik behoorlijk onmogelijk.

Maar toch, ik klaag niet. Want we staan op een leuke kneuterige camping waar zoon trots zelf naar de zandbak of modderspeelplaats huppelt. En zo lezen wij sinds vier jaar weer eens een boek uit op vakantie. Elke ouder van jonge kinderen begrijpt dat dat ronduit fantastisch is.

Bij ons in de straat is kort geleden een waxing bar geopend. Ik heb überhaupt nog nooit over waxen na durven denken, maar als ik nou dit jaar eens de moed verzamel… Dan hoef ik volgend jaar niet meer op één been in andermans sop rond te hopsen voor ik met goed fatsoen de camping over kan. Dan is zwemmen voor mij ook hetzelfde als douchen. Dan heb ik nóg meer tijd om te lezen. Dan is de vakantie helemaal perfect.

De prachtige campingdouche foto is van Peike Reintjens via het Nationaal Archief