We staan stil bij het stoplicht. Zoon zit bij me achterop de fiets. Naast ons komt een man met zijn fiets staan. We zijn hem net voorbij gefietst. Hij begint meteen tegen me te praten, met een beetje vreemde hoge trage stem. “Mevrouw, ik heb heel goed nieuws voor u. Als u later oud bent en het allemaal zelf niet zo goed meer weet, dan hebt u uw kindje om voor u te zorgen”. Ik glimlach naar de man en zeg hem vrolijk gedag, het stoplicht is groen, ik ga weer fietsen.

Zoon vraagt me meteen om uitleg, want: wat zei die meneer nou eigenlijk? Ik herhaal wat hij zei en terwijl ik dat doe merk ik dat ik de boel meteen probeer te nuanceren. Ik vertel dat ik eigenlijk niet helemaal snap wat die meneer zei. Ik vind het maar niks om zoon te belasten met het idee dat hij later voor zijn ouders zou moeten zorgen.

Ik weet niet hoe het zorgstelsel er over 40 jaar uit ziet in Nederland en daar wil ik eigenlijk ook helemaal niet over nadenken. Laat staan dat ik mijn peuter daar over na wil laten denken. Misschien woont zoon over 40 jaar om de hoek, in dezelfde stad, aan de andere kant van het land of aan de andere kant van de wereld. Wat hij tegen die tijd doet en laat, dat weten we nog niet. De wereld ligt voor hem open.

Een kind krijgen is egoïstisch, dat doe je omdat jíj het wilt, dat weet ik wel. Maar ik had toen mijn eierstokken begonnen te klapperen geen moment het idee dat ik, met het baren van een kind, ook mijn verzorging voor tijdens mijn oude dag op de wereld zette. Ik dacht vooral aan veel knusheid, liefde en spelen. En voor hém zorgen. Niet andersom.

Als ik wel aan mijn verzorging tijdens mijn oude dag had gedacht, dan had ik natuurlijk meer kinderen op de wereld moeten zetten. Een heel team dat bij toerbeurt moeder komt verzorgen. Ja, ik zie het opeens helemaal voor me. Het is wel even zwoegen, al die kinderen werpen en (op)voeden, maar hé, dan heb je ook wat.

Nou, dan heb ik het toch helemaal verkeerd aangepakt. Ik heb één kind en daar blijft het ook bij. Het is helemaal goed zo, want het is vreselijk gezellig. En mijn eierstokken zijn uitgeklapperd. Dat komt heel goed uit, want vriend vindt het ook mooi zo en we passen met z’n drieën heel goed in ons fijne appartement. Wij gaan voorlopig nergens heen. We blijven hier. In de stad. Dus de kinderwagen is gisteren op Marktplaats gezet, zoon blijft enig kind en ik blijf stadse moeder. En af en toe komen we een wonderlijk persoon tegen die ons aan het denken zet. Wat willen we nog meer?